
Het lijkt een eeuwigheid geleden dat ik dit blog lanceerde, maar in werkelijkheid is het pas iets meer dan negen maanden na die tweede april (a.k.a. Wereld Autisme Dag).
Al snel nadat ik mijn eerste blogpost live zette, een tekst waar ik weken op broedde en waar ik tot in den treure aan schaafde, ging ik maandenlang in overdrive. Op 1 mei startte onze verbouwing, die ik alleen maar op ‘standje overleven’ doorkwam. Voor dit blog en de uitwerking ervan had ik mentaal eigenlijk te weinig ruimte. Nu de verbouwing achter de rug is en het jaar bijna ‘uit’, kan ik eindelijk stilstaan bij wat de posts in mijn omgeving teweeg hebben gebracht en wat de reacties erop met mij hebben gedaan.
Je hart op het hakblok
Die eerste tekst publiceren en publiekelijk ‘aut’ de kast komen is verreweg het engste wat ik in jaren heb gedaan. Maar het was een goed soort eng, een belangrijk soort eng; het soort eng waarmee je je eigen grenzen verlegt en tegelijkertijd je hart op het hakblok legt: ‘Hier, dit ben ik, dit ben ik helemaal. Ik weet dat ik nu gekwetst of teleurgesteld kan worden, maar ik denk dat ik het kan hebben’. Zoiets.
Qua reacties bleken de mensen om me heen heel menselijk: hun gedrag was erg afhankelijk van hun karakter (en soms ook wel een beetje van hun generatie). De meeste goede vrienden maakten er niet zo’n big deal van, wat ik verrassend vond omdat het voor mijzelf zo’n enorm ding was. ‘We houden van je, er verandert niks, je blijft gewoon onze Mirjam’, daar kwam het op neer. Heel lief, maar ook wel een beetje gek omdat daar de kous soms ook echt mee af was; hoe het voor mij dan precies was geweest deed er verder blijkbaar niet toe. Misschien had het er ook mee te maken dat ik alles in die eerste blogpost al uitvoerig had beschreven.
Sommige mensen stelden juist wel nieuwsgierige vragen, wat heel fijn was. Anderen, vaak mensen die wat verder van me af stonden, zeiden of vroegen helemaal niets, terwijl ik wel wist dat ze het gelezen hadden. Dat voelde ongemakkelijk, alsof er een oordeel achter verscholen zat. Misschien vonden ze het te navelstaarderig, te openhartig, ongepast? Maar misschien vonden ze het ook gewoon heel moeilijk om er zomaar, uit het niets, in het voorbijgaan iets over te zeggen. Ik denk dat openlijk verklaren dat je autistisch bent wat dat betreft een beetje vergelijkbaar is met wanneer je mensen vertelt dat een naaste is overleden of je een ernstige ziekte onder de leden hebt: het is iets waar mensen onzeker van worden – in het geval van ziekte of overlijden omdat het zo persoonlijk en kwetsbaar is, en in het geval van autisme omdat er nog steeds zoveel stigma’s en onduidelijkheden omheen hangen.
Breekbaar vaasje
Ik heb ook het gevoel dat sommigen wat voorzichtiger met me zijn geworden, dat ze iets meer op hun woorden letten. En heel soms heb ik op professioneel gebied het idee dat mensen me een heel klein beetje minder serieus nemen, maar waarschijnlijk leg ik alles nu onder een vergrootglas en is dat helemaal niet zo.
En dan zijn er uiteraard nog die paar mensen die mijn angst daadwerkelijk hebben doen uitkomen: die er zo ongemakkelijk van worden dat ze me uit de weg gaan of me alleen nog heel behoedzaam benaderen, alsof ik een breekbaar vaasje ben. En dat doet pijn, want het voelt alsof er iets mis met me is, alsof ik iemand ben waar je bang voor moet zijn.
Alle soorten reacties zijn trouwens ok, ook al doen ze soms pijn. En vaak zijn ze ook wel begrijpelijk. Ik snap dat het lastig kan zijn als iemand zoiets kwetsbaars zomaar je kant op slingert. Ook ik weet vaak niet hoe ik moet reageren als een ander iets heftigs meemaakt, dus ik ben de laatste die daarover moet oordelen.
Over het algemeen ervaar ik dat de meeste mensen in mijn omgeving meer rekening met me zijn gaan houden, en dat is hartverwarmend en ontzettend lief. Ze houden me beter op de hoogte als plannen wijzigen, als ze later zijn dan gepland of als er iets tussenkomt. Ook voel ik veel meer verbondenheid met vrienden omdat ze me nu beter kennen en ik – doordat ik mezelf beter ken en accepteer – mijn liefde en genegenheid naar hen toe vrijer kan laten stromen.
Radicale kwetsbaarheid
Wat ik vooral wil zeggen, is dat ik blij ben met mijn beslissing. Ik heb er geen spijt van. Ik heb de kracht van radicale kwetsbaarheid ervaren, ervaren hoe – zoals ik al eerder beschreef – je je kunt laten vallen en er dan een vangnet blijkt te zijn; hoe je mensen niet van je afduwt door je volledig bloot te geven, maar ze juist dichter naar je toe trekt (die enkele uitzondering daargelaten, but I’ll take my losses).
Ik lees trouwens regelmatig verhalen van mensen met autisme bij wie de omgeving helemaal geen rekening met ze wenst te houden en van wie nog steeds verwacht wordt dat ze nu eens een keer ‘normaal’ gaan doen. Dat vind ik verdrietig om te lezen. Het is blijkbaar nog steeds een gangbare opvatting dat zo lang er aan de buitenkant niets te zien is, er wel niet zoveel aan de hand zal zijn. Bij mensen die in een rolstoel zitten halen we het niet in ons hoofd te zeggen dat ze eens ‘gewoon’ hun benen moeten gebruiken, maar tegen mensen met autisme (of ADHD, of borderline, of een bipolaire stoornis, of een depressie) kun je blijkbaar wel zeggen dat ze ‘gewoon’ moeten doen.
Maar goed, ik vond het dus een doodenge en tegelijkertijd heel vervullende ervaring om me van mijn meest kwetsbare kant te laten zien, wat nogal een ding is voor iemand die zich een half leven lang achter maskers en persona’s heeft verscholen.
When I find the controls
I’ll go where I like
I’ll know where I want to be
Ik weet nu beter wie ik ben, hoe mijn brein werkt en wat mijn tekortkomingen zijn. Dat heb ik inmiddels (soort van) kunnen accepteren, wat mentale rust geeft, ook omdat die innerlijke criticus (die steeds zei dat ik niet genoeg mijn best deed, niet aardig genoeg was, niet gewiekst genoeg – gewoon ‘niet genoeg’ was) nu eindelijk voor een groot deel verstomd is.
Maar hoe nu verder?
Ik schreef al dat ik op werkgebied in een soort twilight zone terecht ben gekomen sinds mijn diagnose. Ondertussen heb ik wel weer nieuwe plannen, die toch weer de journalistieke kant opgaan (ik schrijf nu eenmaal graag en heb nog altijd overtuigingen en onderwerpen die ik de wereld in wil slingeren). Sommige ideeën gaan over autisme, want zoals gezegd vind ik dat we als maatschappij nog veel te leren hebben over de vele uitingsvormen van ASS en gezichten van mensen op het spectrum. De reacties van onbekenden die op mijn blogposts reageerden, die er veel in herkennen en zich gesteund en gezien voelen, hebben me gesterkt in dit plan.
Serieuze hartklachten
Maar als ik het journalistieke pad verder wil volgen zal ik toch een soort agent of manager nodig hebben. Zelf acquisitie doen en contacten leggen wil ik niet meer, dat kost me te veel stress en energie en ik heb een harde afspraak met mezelf gemaakt: mijn mentale gezondheid gaat voor alles, ik wil mezelf niet meer zo ver pushen dat ik er serieuze hartklachten van krijg. Maar voor het vinden van een agent moet ik ironisch genoeg toch weer nieuwe contacten leggen. En dus schuif ik het nog even voor me uit, moeilijk en eng als ik het vind (en zo zijn er iedere keer weer nieuwe moeilijke en enge dingen, je ontkomt er als neurotypisch mens al niet aan, laat staan als autist). Maar ik heb goede hoop dat de juiste persoon op het juiste moment op mijn pad komt.
Maybe for now
I’ll stay right here
On a silent sea
Nu de verbouwing achter de rug is en ik mijn nieuwe gebruiksaanwijzing steeds beter leer kennen, voel ik langzaam dat ik de wind weer wat mee krijg. De komende weken ga ik proberen mezelf zoveel mogelijk op te laden, om in het nieuwe jaar de zeilen van mijn professionele bootje weer te kunnen hijsen en al die dingen die ik moeilijk en eng vind te kunnen oppakken, zodat ik verder kan varen.
Mijn batterij is leeg maar mijn hart is vol.
https://open.spotify.com/track/51l1ZjYZkaJhH77YX73oyn?si=3K1GZMl0TQmyergqSXL0rg
Geef een reactie op Mirjam Groen Reactie annuleren