Control

‘Wat nou als ik heel erg last krijg van het tijdverschil?’
‘Of als de bedden niet lekker liggen?’
‘Of als ik twee weken lang heel slecht slaap?’
‘Of de vlucht heel erg vertraagd is?
‘Of de autoritten veel langer duren dan we dachten?’
‘Of als het veel te heet is?’
‘Of als onze planning te strak is en we alleen maar aan het haasten zijn? 
‘Of als ik erna weer helemaal instort?
‘Of…’
‘Of…’

Ik kan lang doorgaan met deze lijst, want er zijn veel dingen waar ik me HEEL ERG DRUK om zou moeten maken volgens mijn brein, want er komt iets HEEL ERG ONVOORSPELBAARS en dus HEEL ENGS aan, iets wat de dagelijkse gang van zaken compleet overhoopgooit, inclusief bioritme en slaappatroon. 

Inderdaad, ik ga een verre reis maken, een intercontinentale. Zo’n onderneming is voor mensen met standaard hersenen vaak al een groot ding, laat staan voor iemand met autisme. Bij mij is dat ‘ding’ gigantisch; een lange, kronkelige weg vol beren – er zitten zoveel beren op de weg dat je door al die rotbeesten Route 66 niet eens meer ziet. 

De reis gaat naar de Verenigde Staten. Mijn vorige trip naar dat continent was minder ver; in 2019 gingen we een kleine week naar New York, aan ‘onze’ kant van Noord-Amerika, dat scheelt toch zeker een uur of vier vliegen. Ik kan me de eerste avond nog haarscherp herinneren: we zaten in een airbnb in Brooklyn die op zich prima was, maar toen ik aankwam was ik kapot van de reis. Mijn zoon (die destijds tien was), liep daarentegen te stuiteren van de adrenaline en er moest ook nog avondeten geregeld worden, terwijl alles in mijn lijf schreeuwde om rust. 

Baby you wanna take control
Baby you gotta take control

Oververmoeid zijn + nieuwe omgeving = slecht slapen in mijn geval. Tel daar nog een overvol dagprogramma bij op (want we wilden natuurlijk alle highlights en hotspots aftikken) en de uitkomst was dat ik diep in het rood thuiskwam uit NYC (en geen minuut geslapen in het vliegtuig natuurlijk, hoe mensen dat voor elkaar krijgen in zo’n volgepropte, lawaaiige cabine is een van de grote raadsels van mijn leven). 

Reis van ons leven
Nu gaan we roadtrippen door het westen van de VS, dwars door Californië, Nevada en Arizona. ‘De reis van ons leven’ moet het worden zoals dat zo lekker druk-verhogend heet, langs iconische filmlocaties en door al even iconische landschappen. We vliegen naar Los Angeles, helemaal aan de andere kant van het continent, negen uur tijdverschil met Nederland. 

Twee weken gaan we rondrijden, door woestijnen en over besneeuwde bergpassen, langs kronkelige kliffen en dwars door de idiote verkeersdrukte van L.A. De controlfreak in mij, in paniek vanwege al die onzekerheden, indrukken en prikkels-prikkels-prikkels die zo’n reis met zich mee gaan brengen, blijft maar vragen op me afvuren. 

Waarom ga je dan in godsnaam, zou je kunnen denken. Waarom niet gewoon twee weken in een chaletje op Vlieland?

Dat komt omdat ik niet alleen autistisch ben, maar ook extravert. Ik krijg energie van nieuwe avonturen en ervaringen (en soms ook van nieuwe mensen, als ze een beetje op dezelfde golflengte zitten). Ik krijg zoveel ‘full of life’-energie van dit soort vakanties dat ik de dip die erop volgt op de koop toe neem. Ik wil die Grand Canyon weleens met mijn eigen ogen zien en daar heb ik veel voor over.

Toen ik in 2002 voor het eerst met de taxi de Holland tunnel uitkwam en opeens midden tussen de wolkenkrabbers van Manhattan was, overviel me een soort dolle levensvreugde die met geen pen te beschrijven valt. Daar kan de Dorpsstraat van Vlieland niet tegenop (hoe leuk en fijn ik Vlieland ook vind). En al was ik de laatste keer in New York gesloopt, de blik in de ogen van mijn kind toen hij voor het eerst de skyline van Manhattan in het echt zag zal ik nooit vergeten. Die ene blik was alles waard. 

En dus neem ik ook deze keer al het gedoe wat bij zo’n reis komt kijken voor lief. Er moeten echter wel zaken grondig voorbereid en uitgebreid bestudeerd worden zodat de druk (a.k.a. het gepieker vooraf) zoveel mogelijk van de ketel kan. Omdat ik een slechte en lichte slaper ben, wil ik qua overnachtingen precies weten waar ik aan toe ben en wat ik kan verwachten, dus gaan er uren en uren zitten in het vinden van de perfecte accommodaties, met de juiste bedden en beoordelingen waaruit blijkt dat ze niet te gehorig zijn. En ik probeer me zo goed mogelijk in te lezen zodat ik een zo duidelijk mogelijk beeld heb van waar ik naartoe ga, hoever het rijden is, hoe warm of koud het er kan worden en waar ik verder ter plekke nog allemaal rekening mee moet houden (maar ik geloof niet dat dat typisch autistisch is, dat doen wel meer mensen voordat ze een grote reis gaan maken).

Bloedchagrijnig
De angstige controlfreak in me wil het liefst nog veel verder gaan en alles tot in detail vastleggen, zodat ik nergens voor verassingen kom te staan. Maar dat wil ik niet, dan blijft er nul spontaniteit meer over. En dat kán ook helemaal niet, je kunt het leven helemaal niet volledig vastleggen. Helaas laat die sterke behoefte aan zekerheid en voorspelbaarheid die mensen met autisme hebben zich amper bedwingen, wat alsnog vaak voor problemen zorgt – ook bij mij. Ik krijg dan wel geen meltdowns, maar word wel bloedchagrijnig en gestrest als ik niet alles wat ik van tevoren wilde doen en zien van mijn vakantielijstje kan afvinken, of als dingen anders lopen dan gepland.

Toch moet ik er dus rekening mee houden dat zoiets kan (en waarschijnlijk ook gaat) gebeuren, ik moet die innerlijke controlfreak tot bedaren brengen, erop vertrouwen dat alles oké is, zelfs als er iets heel erg misgaat. En dus bereid ik me wel goed voor, maar probeer ik in mijn achterhoofd te houden dat ik ruimte moet laten voor flexibiliteit, voor spontane acties. Dat voelt totaal tegennatuurlijk, maar hoe meer ik ermee oefen om mijn hoofd ‘uit’ te zetten en gewoon rustig adem te blijven halen, hoe beter ik erin word.

Time doesn’t grow things down in your soul
Time puts you on top of nothing at all

De komende weken ga ik proberen niet te veel te rumineren (in rondjes denken en je problemen maar blijven herkauwen) en eenmaal daar moet ik blijven ademhalen, ook als we autopech krijgen middenin Death Valley (die naam alleen al!) of de heenvlucht een halve dag vertraagd is. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, dus ik moet niet te streng voor mezelf zijn als het alsnog niet lukt om mijn kalmte te bewaren. 

Is zo’n reis echt al die stress en gedoe en gepieker waard?

Absoluut.

Wacht maar tot ik straks bij de Grand Canyon sta, hoe nietig ik me bij zoveel natuurpracht voel, hoe onbetekenend al die dingen waar ik me zorgen over maak dan blijken. En hoeveel napret ik er nadien van heb, want die intense verwerking van ervaringen geldt niet alleen voor tegenslag of moeilijke dingen, maar ook voor alles wat leuk en mooi is. En dus geniet ik er nog weken, maanden, jaren van, van alle geuren, kleuren en andere details. Als met een standaard brein allang weer over zijn naar de orde van de dag, sta ik in gedachten nog altijd op een platform aan de South Rim, kijkend naar de ondergaande zon die dat ontzagwekkende landschap in lichterlaaie zet. 


Geen posts meer missen? Voer je e-mailadres hieronder in.


Posted

in

,

by

Comments

Plaats een reactie